Intelligentie bij kinderen en adolescenten

INSCHRIJVEN Dinsdag 28 november 2017 Utrecht
 

Intelligentie bij kinderen en jongeren
Intelligentie blijft een lastig concept. Wat is het precies? Hoe meet je het? Wat zegt een lage IQ-score over iemands intelligentie? Hoe herken je een lage intelligentie? En wat betekent het in onderwijs en zorg? Over al deze vragen bestaat helaas nog steeds geen eenduidigheid.

Lange tijd is gedacht dat intelligentie een onveranderlijke eigenschap was. En een belangrijke voorwaarde voor succes. Tegenwoordig wordt er echter steeds meer vanuit gegaan dat intelligentie te beïnvloeden, te trainen en te verbeteren is. Tegelijkertijd staat het belang van intelligentie als voorwaarde voor (school)succes ter discussie. Emotionele intelligentie, sociaal economische factoren, motivatie en executieve functies worden geacht eveneens een belangrijke rol te spelen. Omgekeerd wordt lage intelligentie weer vaak onvoldoende herkend in onderwijs en zorg met alle gevolgen van dien…

Op 28 november gaan deskundige sprekers in op bovenstaande vragen. Aan bod komt het testen en trainen van intelligentie, de sociaal-economische factoren van intelligentie, de relatie tot emotionele intelligentie en LVB.
 
Programma
09.00 – 10.00 u Registratie en koffie

10.00 – 10.55 u De ontwikkeling van intelligentie
10.05 – 10.40 u Over intelligentie, leerpotentieel en dynamisch testen
10.05 – 10.40 u prof.dr. Wilma Resing

10.55 – 11.50 u Is EQ relevanter dan IQ voor onderwijs en zorg?
10.40 – 11.35 u Over de betekenis van EQ en de relatie met IQ
10.40 – 11.35 u prof.dr. Jan Derksen

11.50 – 12.05 u Koffiepauze

12.05 – 13.00 u Is intelligentie te trainen?
12.05 – 13.00 u Over het verbeteren van intelligentie en transfer-effecten van training
12.05 – 13.00 u drs. Berrie Gerrits

13.00 – 14.00 u Lunch

14.00 – 14.55 u Ooit een gemiddeld kind ontmoet?
14.00 – 14.55 u Over intelligentie, LVB, adaptieve vermogens en de DSM 5
14.00 – 14.55 u dr. Albert Ponsioen

14.55 – 15.20 u Koffiepauze

15.20 – 16.15 u Intelligentie en omgevingsinvloeden
15.20 – 16.15 u De invloed van sociaal-economische factoren op de ontwikkeling van het brein
15.20 – 16.15 u drs. Adriaan Kievit
 
vanaf 16.15 uu Borrel
 
Informatiemarkt
Tijdens het congres zal er een informatiemarkt zijn met stands van o.a. Hogrefe Uitgevers, Pearson en LerendBrein.
 

De ontwikkeling van intelligentie
Over intelligentie, leerpotentieel en dynamisch testen
prof.dr. Wilma Resing
 
In haar bijdrage gaat Wilma Resing in op de ontwikkeling van intelligentie aan de hand van het Developing Expertise Model dat is ontwikkeld door Sternberg & Grigorenko (2002). Dit model laat zien hoe intellectuele vaardigheden in een continu proces tot ontwikkeling komen. Hieraan gerelateerd benadrukt Wilma Resing het belang van Potentieel om te Leren als belangrijk aspect van intelligentie en gerelateerd aan dit model.
Potentieel om te Leren valt minder goed te meten met de conventionele, statische intelligentietest waar de meeste nadruk gelegd wordt op testscores. Dynamische tests zijn ontwikkeld om dit potentieel te meten. Dynamische tests bevatten meerdere meet- en trainingsmomenten. De nadruk ligt, naast de testscores, vooral op het proces: hoe vindt leren plaats tijdens de training(en).
 

Is EQ relevanter dan IQ voor onderwijs en zorg?
Over de betekenis van EQ en de relatie met IQ
prof.dr. Jan Derksen
 
In deze bijdrage worden emotionele intelligentie en cognitieve intelligentie met elkaar vergeleken en naast en tegenover elkaar gezet op basis van onderzoek en theorie. De concepten worden verduidelijkt en gesitueerd zowel in de onderzoekspraktijk als in de samenleving. Wat betekent emotionele intelligentie precies voor het succesvol en efficiënt zijn? Emotionele intelligentie is meer dan cognitieve intelligentie een kwaliteit die kan worden ontwikkeld, die bij mensen kan toenemen in hun leven maar die ook kan afbrokkelen. Beide mogelijkheden worden besproken en hierbij komt ook de wijze aan bod waarop het EQ kan worden getraind en succesvolheid kan toenemen. Onvermijdelijk gaat Jan Derksen daarbij ook in op de generatie van de millennials, de facebook- generatie geboren tussen 1080 en 2000 en zal hij laten zien welke invloed sociale media hebben op emotionele intelligentie van deze jonge mensen.
 

Is intelligentie te trainen?
Over het verbeteren van intelligentie en transfer-effecten van training
drs. Berrie Gerrits
 
Een van de discussies die gaande is binnen het veld van de intelligentie betreft de vraag naar de maakbaarheid van intelligentie. In dat kader is de opkomst van een nieuwe theorie die tevens de basis vormt van de Acceptance and Commitment Therapy van belang: de Relational Frame Theory (RFT).
Binnen die theorie wordt intelligentie namelijk niet opgevat als een vaststaand gegeven, maar als iets dat verworven kan worden door gedrag dat bepaalde vaardigheden impliceert systematisch te belonen. De vaardigheden waar het hier om gaat, worden Relationele Vaardigheden genoemd: het kunnen afleiden van nieuwe relaties uit een aantal gegeven relaties. Bijvoorbeeld: als we weten dat voertuig A sneller is dan voertuig B en voertuig B sneller is dan voertuig C dan kunnen we daar uit afleiden dat voertuig C langzamer is dan voertuig A.
In deze presentatie gaat Berrie Gerrits in op verschillende programma’s om intelligentie te trainen. Hij zal aan de hand van voorbeeldtaken verhelderen hoe deze programma’s zijn opgebouwd. Hij bespreekt het onderzoek naar de basisprincipes van deze trainingen, naar de effecten op IQ-score en naar transfer-effecten op de volgehouden aandacht en op schoolse prestaties zoals gemeten met de Scholastic Aptitude Test. De eerste ervaringen die in Nederland zijn opgedaan alsmede de eerste gecontroleerde studies naar het S.M.A.R.T. programma van de Maynooth Universiteit van Ierland lijken veelbelovend.
 

Ooit een gemiddeld kind ontmoet?
Over intelligentie, LVB, adaptieve vermogens en de DSM 5
dr. Albert Ponsioen
 
Ondanks nieuwe ontwikkelingen in het intelligentieonderzoek blijven termen als zwakbegaafd en hoogbegaafd in zwang. Met verstrekkende gevolgen voor het betreffende kind. Maar juist de kenmerken van het kind die niet precies passen in het plaatje maken het vaak bijzonder. Een clinicus heeft vooral met de individuele ‘ruis’ te maken (Molenaar & Campbell, 2009). En deze ruis zou meer centraal moeten staan dan de grootste gemene delers.
In zijn presentatie gaat Albert Ponsioen in op het sociale adaptatievermogen als alternatief voor het intelligentiebegrip en als basis voor een handelingsgerichte diagnostiek waarbij het individu centraal staat. Maar om behandelingen op maat op effectiviteit te toetsen schieten de traditionele groepsstudies tekort. Single case studies zijn hiertoe meer geschikt en dichten tegelijkertijd de kloof tussen onderzoek en praktijk.
 

Intelligentie en omgevingsinvloeden
De invloed van sociaal-economische factoren op de ontwikkeling van het brein
drs. Adriaan Kievit
 
Hoe het brein, de cognitieve functies en daarmee de intelligentie van kinderen zich ontwikkelen wordt mede bepaald door waar hun wieg staat en in welke omstandigheden zij opgroeien. Hoe kinderen hun intelligentie en leervermogen kunnen inzetten en benutten wordt eveneens sterk beïnvloed door de belangrijke mensen om hen heen, zoals hun ouders en leerkrachten, en door hun leefomstandigheden. In het afgelopen jaar is hier in de media regelmatig aandacht voor geweest. Zo signaleerde de Inspectie van het Onderwijs vorig jaar dat het opleidingsniveau van ouders steeds belangrijker wordt bij de schoolkeuze van het kind. In een recente brief aan de Tweede Kamer schreven de minister en staatssecretaris van Onderwijs dat dyslexieverklaringen meer voor lijken te komen op scholen met leerlingen uit welvarende milieus.
Binnen het vakgebied ‘The Neuroscience of the Socioeconomic Status’ wordt onderzocht hoe de sociaal-economische omstandigheden van de gezinnen waarin kinderen opgroeien van invloed zijn op de ontwikkeling van hun brein, de ontwikkeling van hun cognitief functioneren en de mate waarin ouders hun kinderen kunnen ondersteunen. In zijn bijdrage gaat Adriaan Kievit in op het onderzoek naar de ‘Neuroscience of the Socioeconomic Status’ en bespreekt hij wat deze kennis kan betekenen voor ons praktisch handelen als hulpverleners.
 
prof.dr. Jan Derksen
Jan Derksen is klinisch psycholoog-psychotherapeut en verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en de Vrije Universiteit Brussel. Zijn specialismen zijn psychologsiche diagnostiek, psychodynamische psychotherapie, tests voor EQ en cognitieve intelligentie.
 
 
drs. Berrie Gerrits
Berrie Gerrits werkt als psychotherapeut BIG/ kinder- en jeugdpsychotherapeut in een eigen praktijk voor kinderen en volwassenen, als opleider voor LerendBrein en is als promovendus verbonden aan het Donders Institute for Memory & Cognition.
 
 
drs. Adriaan Kievit
Adriaan Kievit is kinder- en jeugd neuropsycholoog en klinisch psycholoog. Na lange tijd in de kinder- en jeugdpsychiatrie en het speciaal onderwijs gewerkt te hebben, werkt hij nu vanuit een eigen praktijk voor kinder- en jeugdpsychotherapie binnen Jong Lorentz.
 
 
dr. Albert Ponsioen
Albert Ponsioen is klinisch neuropsycholoog en verbonden aan Lucertis Kinder- en jeugdpsychiatrie. Daarnaast is hij verbonden aan de Vereniging Orthopedagogische Behandel Centra LVB en de stichting Landelijk Kenniscentrum LVB.
 
 
prof.dr. Wilma Resing
Wilma Resing is bijzonder hoogleraar Diagnostiek en onderzoek van intelligentie en leerpotentieel bij de sectie Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie van de Universiteit Leiden. Daarnaast is zij voorzitter van de Stichting Abbas Fonds.
 
 
Doelgroep
Kinder- en jeugdpsychologen, (ortho)pedagogen, klinisch psychologen, therapeuten, psychiaters, leerkrachten, intern begeleiders, remedial teachers, logopedisten, onderwijsbegeleidingsdiensten en iedereen die te maken heeft met intelligentie bij kinderen en jongeren.
 
Accreditatie
Accreditatie is aangevraagd voor: kinder- en jeugdpsychologen (NIP), orthopedagogen (NVO), klinisch (neuro)psychologen (FGZPt) en jeugdprofessionals (SKJ).
 
• De SKJ heeft het congres met 2,5 punt geaccrediteerd (SKJ200303).
 
Bij voldoende belangstelling kan er eventueel ook accreditatie aangevraagd worden bij andere registers. Heeft u hier belangstelling voor? Stuur dan een email naar info@11congressen.nl.
 
Voorwaarden
Om in aanmerking te komen voor accreditatie bij een van bovenstaande registers hebben we uw registratienummer(s) nodig. Bij inschrijving kunt u uw registratienummer(s) doorgeven. Het is belangrijk dat u (correcte) registratienummer(s) doorgeeft, anders kunnen we uw aanwezigheid helaas niet doorgeven of opvoeren. Mocht u het onverhoopt vergeten bij inschrijving, mail dan naderhand uw naam, adres, registratienummer en het betreffende congres naar info@11congressen.nl.

Voor het verkrijgen van accreditatiepunten is aanwezigheid op het congres verplicht.
 

Deelname
Deelname aan het congres kost € 259,-.
Dit is inclusief koffie, thee, lunch, borrel, congresmaterialen, bewijs van deelname en pdf’s van de presentaties (deze laatste worden achteraf gemaild).
 
11 congressen is CRKBO geregistreerd, dus de deelnamegelden zijn vrij van BTW.
 
Annulering
Annuleren is mogelijk tot 31 oktober 2017. Dit dient schriftelijk (per email) te gebeuren. Wij brengen dan alleen € 45,- administratiekosten in rekening. Als u de deelnamegelden al heeft voldaan, vindt restitutie plaats onder aftrek van deze administratiekosten. Vanaf 31 oktober 2017 kunt u helaas niet meer annuleren en bent u het gehele inschrijfbedrag verschuldigd.

Bij verhindering kan een deelnemer zich zonder kosten laten vervangen, mits dit van tevoren schriftelijk aan de organisatie wordt gemeld.

Zie voor meer informatie de deelnamevoorwaarden.
 


 
De Jaarbeurs Utrecht
Jaarbeursplein 6
3521 AL Utrecht
 
Openbaar Vervoer
Jaarbeurs Utrecht is uitstekend te bereiken per trein. Het Centraal Station van Utrecht ligt op een loopafstand van slechts vijf minuten.

Naast het Centraal Station ligt het busstation. Daar stoppen de regionale bussen met een directe verbinding naar 30 plaatsen in de omgeving. Vanuit Nieuwegein en IJsselstein vertrekt de sneltram die u in 15 respectievelijk 30 minuten naar de Jaarbeurs brengt.

In de omgeving van Utrecht vindt u 8 stations met een Park & Ride voorziening. U kunt uw auto bij één van deze stations parkeren en het laatste stukje van de reis met de trein afleggen. Het gaat om de stations Amersfoort, Amsterdam Bijlmer, Bilthoven, Breukelen, Culemborg, Driebergen-Zeist, Geldermalsen en Gouda.

Via Transferium Westraven
Transferium Westraven is gelegen ten zuiden van Utrecht, naast de snelweg A12. U kunt de auto daar tegen een kleine vergoeding de gehele dag parkeren en uw reis met de sneltram vervolgen. In circa 15 minuten bent u dan in het centrum van Utrecht.

Met de auto
Als u toch liever met de auto komt, volgt u dan vanaf de Ring Utrecht de blauwe ANWB borden met de aanduiding ‘Jaarbeurs’. Jaarbeurs beschikt overuitgebreide parkeermogelijkheden, in het centrum van Utrecht, op het eigen terrein.

Kijk voor meer info over route, bereikbaarheid en parkeren ook op Jaarbeurs.nl.

Voor actuele informatie over de bereikbaarheid van het Utrechtse centrum en wegwerkzaamheden in dit gebied, kijkt u op Goedopweg.nl.
 

 
INSCHRIJVENBROCHURE